‘En toen dacht je: kom laat ik maar eens een boek schrijven?’
‘Niet helemaal. Ik heb vroeger wel meer geschreven, maar dat was in studieboeken en vaktijdschriften.’
‘Datgene wat je dus exoterisch noemde… Wat bracht je ertoe om met Vrij om te gaan te beginnen?’
‘Toen mijn esoterische ontwikkeling zich verdiepte, merkte ik dat metaforen het gemakkelijker maakten om mijn ervaringen met anderen te delen. Dat kwam goed uit, omdat ik daar in een van mijn opleidingen mee heb leren werken. Daardoor kon ik gemakkelijk over inzichten en ervaringen vertellen, waar veel mensen geen woorden voor hebben. Daar is het mee begonnen.’
‘Begrijpen je lezers dat de ervaringen van je hoofdpersonen metaforen zijn, die je op een andere manier naar bewustzijn willen laten kijken?’
‘Sommigen niet, omdat ze blijven steken in de vraag of het fictie, of non fictie is. Dit onderscheid is voor hun belangrijk om te kunnen bepalen of iets waar is, of niet.’
‘En?’
‘Het is allebei. De inhoud is non fictie, die zich van het voertuig van de fictie bedient. De romanvorm wil je uitdagen om over jezelf na te denken. En dat is precies waar de ontwikkeling van je bewustzijn mee begint.’
‘Maar als…’
‘Lees de boeken maar. Het enige wat ik er nog over wil zeggen is dat de hoofdpersonen voortdurend de uitdaging aangaan om het exoterische kennen en het esoterische weten in balans te houden.’





